Jiu-Jitsu

Jiu-Jitsu zou je kunnen vertalen als ''zachte kunst" het is een zelfverdedigingsport waarin kracht geen hoofdrol speelt en waarmee je in een paar seconden je aanvaller uitschakelt. Om jezelf te leren verdedigen tegen een aanvaller zijn jiu-jitsu technieken heel geschikt. Veel cursussen die worden gegeven in zelfverdediging maken gebruik van deze technieken.

In het jiu-jitsu wordt uitgegaan van verschillende aanvallen zoals: verwurgingen, middelaanvallen, pakkingen, stoten en trappen. Bij de verdediging op deze aanvallen wordt er gebruik gemaakt van de beweging van de aanvaller. In veel technieken ga je met deze beweging mee en wordt een tegenhandeling uitgevoerd. Balans, reactie en controle zijn zeer belangrijk om de technieken goed uit te voeren.

Veel jiu-jitsu-technieken worden ook in andere sporten gebruikt, denk daarbij bijvoorbeeld aan Aikido en Judo. Jiu-jitsu is de moeder van vele Japanse vechtsporten. Jiu-jitsu is gericht op het buiten gevecht stellen en dus onschadelijk maken van de tegenstander. Het is van oorsprong een vechtkunst die vooral populair was bij de Samurai, de middeleeuwse ridders van Japan.

Bij jiu-jitsu leert men de zwakke en kwetsbare plekken kennen van de aanvaller. In het middeleeuwse Japan was jiu-jitsu veelal een geheime vechtkunst die zoveel stijlen kende als er leraren waren. In Nederland is jiu-jitsu al meer dan 50 jaar bijzonder populair en zeker niet geheim. Iedereen kan het leren. Evenals bij judo is het belangrijkste principe: meegeven aan de aanval van de tegenstander om deze daarna onschadelijk te maken. Goed waarnemen en anticiperen is de kracht van de jiu-jitsuka.

Bij jiu-jitsu wordt, evenals bij judo, de graad van bekwaamheid onderscheiden door de kleur van de band. Hoe donkerder de kleur, van wit via geel, oranje, groen, blauw, bruin naar zwart, hoe bekwamer de jiu-jitsuka.